Privacy is geen compliancevraag. Het is een ontwerpfout

Duur 2 min. leestijd
Datum 20 januari 2026

Op 28 januari is het Data Privacy Dag. Jaarlijks grijpen organisaties dit moment aan om te wijzen op beleid, wetgeving en maatregelen rondom persoonsgegevens. Dat is nodig, maar het is te beperkt.

Want de meeste privacyproblemen ontstaan niet door een gebrek aan regels. Ze ontstaan doordat privacy te laat wordt meegenomen: als juridisch sluitstuk, niet als ontwerpingrediƫnt.

In de praktijk ervaren gebruikers privacy niet als wetgeving. Ze ervaren het als frictie, als onduidelijkheid, als het gevoel dat er meer wordt gevraagd dan logisch voelt. En precies daar raakt privacy aan vertrouwen.

Vertrouwen wordt niet bepaald door wat er in een privacyverklaring staat. Het wordt bepaald in het moment waarop iemand besluit data te delen. In een formulier. In een app. In een online dienst. Op dat moment telt geen policy, maar ontwerp.

De vragen die gebruikers zichzelf stellen zijn zelden juridisch. Ze zijn praktisch: waarom is dit nodig? Wat gebeurt hierna? En wat als ik nee zeg? Wanneer die vragen niet worden beantwoord, ontstaat twijfel. Niet omdat mensen per definitie wantrouwig zijn, maar omdat systemen zich onvoorspelbaar gedragen.

Veel organisaties onderschatten dat effect. Data wordt verzameld omdat het technisch eenvoudig is. Formulieren groeien omdat extra informatie ooit handig leek. Toelichting verschuift naar juridische documenten die losstaan van de gebruikerservaring. Zo ontstaat een digitale werkelijkheid die op papier klopt, maar voor de gebruiker niet meer logisch voelt.

Dat is geen complianceprobleem. Dat is een ontwerpprobleem.

Privacy by design wordt vaak gepresenteerd als beperking, alsof zorgvuldigheid ten koste gaat van innovatie. In de praktijk is het tegenovergestelde waar. Ontwerpen die bewust omgaan met data zijn helderder, rustiger en beter te begrijpen. Ze vragen minder uitleg, roepen minder weerstand op en leiden tot meer vertrouwen.

Dat vraagt om andere vragen aan de voorkant van digitale projecten. Niet alleen: mogen we dit vragen? Maar ook: moeten we dit vragen? Helpt dit de gebruiker? En kunnen we dezelfde waarde leveren met minder data?

Organisaties die deze vragen serieus nemen merken dat privacy geen rem is, maar een kwaliteitscriterium. Het dwingt tot scherpere keuzes, tot betere communicatie, tot diensten die niet alleen functioneren, maar ook worden begrepen.

Data Privacy Dag zou daarom minder moeten gaan over naleving en meer over reflectie. Over de manier waarop we digitale diensten ontwerpen. Over de verantwoordelijkheid die daarbij hoort. En over de vraag of we vertrouwen als resultaat zien, of als bijvangst.

Want privacy is geen randvoorwaarde. Het is een fundament. En als dat fundament wankelt, helpt geen enkele policy.

Over de auteurs